Families [Van] Bolhuis
Nieuwsbrief september 2004


Nu we in het Bonifaciusjaar leven is gepast om te vertellen dat het beeld van deze prediker dat in Dokkum staat gemaakt is door de beeldhouwer Gerrit Bolhuis.
In aanvulling op de EK-special hoorde ik dat de overgrootmoeder van Arjan Robben een Bolhuis is. het is intussen duidelijk dan als je zulke kwaliteiten in je elftal hebt, het wel mis moet gaan als je ze niet optimaal benut.
De afgelopen periode was erg productief. Er zijn drie boeken verschenen die door een [van] Bolhuis zijn geschreven.
Allereerst promoveerde Liesbeth Bolhuis in Wageningen op een proefschrift "Personalities in pigs". Ze stelde vast dat varkens verschillende karakters hebben en dat die al te meten zijn bij biggetjes. De vleesproductie wordt door het karakter beÔnvloed.
Ook in Wagingen werd het boek gepresenteerd "Het verzonnen land" door Peter van Bolhuis. Peter is landschapsarchitect en luchtfotograaf. In het boek worden verschillende landschappen in Nederland besproken. Meer informatie op www.pandion.nl.
Tenslotte gaf Bert Bolhuis een boek uit "Vrijgemaakt door de zoon". Hij onderbouwt daarin de beslissing van zijn vrouw en hem om zich te laten dopen. De tekst is ook integraal te downloaden van zijn website www.werkelijkvrij.nl


Vragen en antwoorden
Allereerst natuurlijk de vragen van de vorige keer.

We hadden een echtpaar Kurt en Annemie Bolhuis, ecologische boeren in BelgiŽ. Iemand zocht wat beter op Internet dan ik had gedaan en vond een correct telefoonnummer en e-mail adres. Het blijkt dat de boerderij Bolhuis is genoemd, de bewoners hebben een andere familienaam.

De man met het houten been is gevonden, en hij is wel een Bolhuis. Het is Jan Bolhuis, * Grootegast 13.8.1856, Ü Grootegast 16.1.1936, machinist, x Grootegast 7.5.1892 Pietertje Top, * Grootegast 28.7.1864, Ü Grootegast 15.7.1941, dv Jan Top en Wemke Penninga.
Jan Bolhuis was machinist op een dorsmachine. Hij heeft daarmee een ongeluk gehad en verloor een been. later is hij toen kennelijk een bodebedrijf begonnen. Weer een stukje over het leven van iemand ingevuld, een stuk dat diep moet hebben ingewerkt op zijn hele bestaan.

In de vorige nieuwsbrief stelde ik een "kijkersvraag": Wie was de agent {van?] Bolhuis die betrokken was bij de overval op het huis van bewaring in Leeuwarden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Waar ik bij het NIOD niet slaagde, was Mw Roersma-Bolhuis zo vriendelijk in het verzetsmuseum te Leeuwarden op onderzoek uit te gaan. Een foto met alle deelnemers aan de overval werd gevonden, met hun namen. Er waren enkele agenten bij, maar geen Bolhuis. Ik ga er dus vanuit dat de gearresteerde Bolhuis verward werd met een van de deelnemers, die wel agent was, maar geen Bolhuis.

Dan de "bonus"vragen in de speciale EK-editie van de nieuwsbrief. De Henk Bolhuis die zilver haalde op de paralympics was binnen een halve dag na het versturen geplaatst. Ik had zijn gegevens al wel, maar had de link niet gelegd omdat zijn vrouw onder een andere naam bekend staat dan haar officiŽle. Het laat overigens wel zien dat er nog veel meer interessante dingen over de mensen zijn te vertellen dan ik weet, of dan mij verteld worden. Misschien een aansporing om nog eens na te gaan of er wat over de mensen is te zeggen, maar dat is het thema van deze nieuwsbrief.

De Jan Bolhuis die bij Be Quick voetbalde, is nog niet geplaatst, maar ik kreeg wel aanvullende informatie over hem, dus die kom ik vanzelf tegen wanneer ik de Groningse adressen ga afbellen.

De vraag wie de Bolhuis was die in de Tweede Wereldoorlog wegens verzetsactiviteiten werd gearresteerd en in Krefelt wordt opgesloten staat nog open.

Dan nu de nieuwe vragen:
Mensen met een bijzondere hobby zijn altijd leuk om te vermelden.
Dhr G. Bolhuis en mw B.M. Buurmeijer wonen in 1994 in de Groningse wijk Lewenborg. Ze verzamelen o.m. tuinkabouters. Kan iemand hen plaatsen?

In Leiden vinden we in 1990 de automonteur Gert-Jan Bolhuis. In dat jaar doet hij mee in de eind selectie voor de Beroepen Olympiade 1991. Of hij uiteindelijk de eindstreep haalde weet ik niet. Wie weet wie Gert-Jan is?

Achtergrond informatie en personlijke noten
In de vorige nieuwsbrief kondigde ik aan dat deze keer aandacht zou worden gegeven aan de verhalen rondom de genealogie. Het is leuk om namen en data te hebben. Maar wie waren deze mensen? En hoe leefden ze?
Om met de laatste vraag te beginnen: in de genealogie komen een stuk of 60 stukjes voor over bepaalde historische gebeurtenissen, volksgebruiken, beroepen, opvoeding e.d. Als voorbeeld (omdat het niet zo lang is) volgt hier het stukje over de hygiŽne.

HYGIňNE
Het tegengaan van lichaamsgeuren leidde volgens deskundigen in de 17e en 18e eeuw tot verzwakking van het organisme. Aan het einde van de 18e eeuw ontstond meer inzicht in het positieve effect van het wassen met water van gezicht, handen en voeten en "van tijd tot tijd" het hele lichaam, omdat vuil het "ademenen van de huid" belet. Toch riep die stelling, ook bij de meeste artsen, verzet op: het baden zou indolent maken en aanleiding geven tot auto-erotische verleidingen. En gebruik van zeep zou infecties veroorzaken. Te veel wassen zou meisjes onvruchtbaar maken en leiden tot debiliteit, bleekheid of gezetheid. Zelfs voorstanders van de frisse opvattingen drongen aan op voorzichtigheid: niet baden als men zwak is, na de maaltijd of tijdens de menstruatie. Na het bad op een plank gaan liggen om bij te komen van deze aanslag op de zenuwen en goed uit rusten. Kortom, wassen had geen hoge prioriteit tot ver in de 19e eeuw.
Regelmatig schoon ondergoed, tijdig vernieuwen van het beddegoed en controle op ongedierte. Simpele maatregelen die tot betere hygiŽne leiden. Maar maatregelen waarvan het nut niet altijd werd ingezien. De grachten van de stad leverden maar een deel van het jaar bruikbaar drinkwater. Als in de zomer het water beneden Winschoter Peil dreigde te zakken, gingen de sluizen dicht en werd zeker tot de herfst de kwaliteit van het water steeds slechter. Groningen kende sinds 1822 een geregelde reinigingsdienst die het vuil van de woningen en langs de openbare weg ophaalde. De stad had daar direct zakelijk belang bij, omdat de zo verkregen compost werd verkocht om de afgegraven venen weer voor landbouw geschikt te maken. Ook de toiletten kenden nog geen waterspoeling bij gebrek aan riolering. De uitwerpselen werden in tonnen opgevangen en door de stad afgevoerd op een wagen die in de volksmond om voor de hand liggende renenen de naam "boldoot-kar" kreeg.
De slechte huisvestingssituatie (zie het desbetreffende blok elders in deze genealogie) droeg bij aan het regelmatig voorkomen van epidemieŽn: in 1817 typhus, in 1832 en in 1866 cholera, in 1819 griep. Elk van die ziektegolven eiste slachtoffers. de "Groningse ziekte" (verschijnselen van galkoorts, tyfus, malaria) verminderde de bevolking met maar liefst 10%!


Dan is er een tweede soort achtergrond informatie. Die heeft direct te maken met een bepaalde persoon. Het kan heel beknopt en zakelijk zijn bv:

Eibe Bolhuis emigreert in 1866 met zijn vrouw naar de Verenigde Staten, nadere bestemming onbekend. Als reden voor deze emigratie geeft hij op dat hij zich bij familie of vrienden wil voegen. De godsdienst is Afgescheiden. Met de Duitse boot "Duisburg of Prussia" maken ze de oversteek van Rotterdam naar New York waar ze 16.6.1866 aankomen. Ze hebben de reis op de voordeligste wijze gemaakt: tussendeks. Hun bestemming is dan de staat New York
Of:
Wanneer Jantje Rozema 100 jaar wordt woont ze in het Menno Lutterhuis. Ze is dan nog "goed bij de pinken" en woont redelijk zelfstandig in het bejaardentehuis. Alleen lopen en zien gaan wat minder.
Maar er komen ook veel uitgebreider beschrijvingen voor, die een interpretatie van iemands karakter geven:
Mijn grootmoeder was een knappe vrouw, rijzig, met een koel, op oudere leeftijd "hard" gezicht. Ze kon wel hartelijk lachten, maar bracht het toch vaak niet verder dan een spotlachje. Ze was behoorlijk op haar boerenstand gesteld en moest van die borgers in Veendam niet te veel hebben, alleen voor de grote Pieten, de fabrikanten als Wilkens, Duintjer, van Linge, Everts en Meihuizen had ze ontzag. Haar mentaliteit was liberaal met een materiŽle inslag en slechts matig religieus. Ze verliet praktisch nooit haar boerderij of later haar woning aan het Westerdiep. Ik kan me herinneren dat ze eenmaal in Groningen is geweest bij ons. Dat moet enige jaren na 1904 zijn geweest. Hoewel ze midden tussen drie kinderen woonde, ging ze daar nooit heen. De kinderen kwamen bij haar en zaterdagavond kwamen ze allemaal. De band met de kinderen was zeer sterk, vooral met de zoons. In haar hart was ze ervan overtuigd, dat er geen betere waren, hoewel ze niet blind was voor hun fouten. De kinderen noemden haar "Moeke", de vader "Voajer". Al was ze dan niet blind, net als haar kinderen was ze doof. "Ik zie haar nog zitten met de "pollepel" aan het oor. De schoonzoons stonden in het tweede gelid, ze noemde deze altijd bij de achternaam, wat in die tijd niet zo vreemd was. Mijn vader, als burger, stond mogelijk wel in het derde gelid, ook toen hij alle kinderen maatschappelijk verre had overvleugeld. Ze heeft jaren met haar ongehuwde dochter Jantje samengewoond, tot haar dood. Ik heb zeer veel en lang bij mijn grootmoeder gelogeerd van de vroegste tijd, dat ik mij herinner, eerst op de grote boerderij. Van deze boerderij is aan het einde van de 19e eeuw de schuur afgebrand door hooibroei. Het voorgebouw bleef behouden. Ze bezat veel oud porcelein, waarvan toen nogal wat kapot is gegaan bij de overhaaste ontruiming door gedienstige buren. In 1934 gebeurde hetzelfde en weer stond de inboedel buiten. Maar oom Gerhard bracht alles weer binnen, want als het voorhuis afbrandde dekte de verzekering de schade, maar niet wat op het gazon stond! Ook nu bleef overigens het vooreind gespaard.

Jan van Bolhuis